Hoe zou het zijn als elke leerkracht zichzelf de volgende vragen stelt bij het voorbereiden van zijn dagelijkse lessen:

Deze vragen geven een minder gebruikelijke  focus, er wordt vanuit “het kind en ikzelf” gedacht in plaats van: welke (methode)les is vandaag aan de beurt.  Dit brengt een ongebruikelijke dynamiek en ongemak teweeg  bij de leerkracht en ook bij de leerlingen. Door dit ongemak te hanteren worden er legio kansen gecreëerd.

Ongemak ontstaat wanneer er een niet-expliciet- weten aanwezig is. De situatie is niet voorspelbaar, omdat er nieuwe elementen zichtbaar zijn die de leerkracht al dan niet bekend zijn. Dit expliciet als ingang nemen bij de voorbereiding op de les vraagt moed en lef van de leerkracht. Hier is het ontmoetingspunt met zich zelf en het kind aan de orde. Dit vraagt van de leerkracht zelfonderzoek :

  1. Het ontwikkelen/hanteren  van een eigen begrippenkader vanuit een onderzoekende houding.
  2. Waarlijk leiderschap aan zichzelf en zijn leerlingen  tonen en het ontwikkelen van een persoonlijk begrippenkader
  3. Het continue uitbreiden van de eigen kennis  en inzicht ontwikkelen op oplossingsmethode die hij hanteert, door het eigen gedrag te ervaren, analyseren en interpreteren.
  4. De traditie ter discussie stellen: dus niet datgene wat volgens ‘de ervaring van bestaande boeken / onderzoek’  voor kinderen van een bepaalde leeftijd toegankelijk is. Elke leerkracht heeft zelf een eigen repertoire te ontwikkelen, vastgesteld op basis van persoonlijk construerend onderzoek.

Onbestendigheid in de voorbereidingen, in ervaringen is noodzaak om te kunnen leren. Ongemak is toe te juichen, er kan niet op de automatische piloot worden vertrouwd. Juist dan gaat de leerkracht zichzelf  vragen stellen die nooit eerder gesteld zijn. In wezen gaat het erom dat er een vragen stellende leerkracht staat, die zichzelf kwetsbaar op durft te stellen, die zich zo doende laat opleiden door de leerling.